Vroeger bleven zeelieden meestal in het zicht van de kust — simpelweg om te voorkomen dat ze verdwaalden.
Voordat er nauwkeurige navigatiehulpmiddelen bestonden, was het bepalen van je exacte positie op zee een grote uitdaging. De breedtegraad (je noord-zuidpositie) kon nog enigszins geschat worden door de hoek tussen de zon en de horizon te meten, maar de lengtegraad (je oost-westpositie) was veel lastiger.
Pas in de 18e eeuw, toen het Britse Parlement een beloning van £20.000 uitloofde voor een oplossing, kwam er schot in de zaak. De uitvinding van de eerste betrouwbare scheepschronometer stelde zeelieden eindelijk in staat om de lengtegraad nauwkeurig te berekenen — en met vertrouwen de zeeën te verkennen.